Psychodiagnostisch onderzoek als basis voor herstel en veiligheid
In FPC Gent en FPC Antwerpen verblijven patiënten die geïnterneerd werden. Dit betekent dat zij een delict gepleegd hebben én dat ze een psychiatrische problematiek hebben waarvan wordt ingeschat dat deze mee aan de oorsprong ligt van het plegen van dit delict.
Om een goede behandeling op maat te kunnen aanbieden en om risico’s beter te kunnen inschatten is het dan ook belangrijk dat we voor elke patiënt een helder diagnostisch beeld hebben. Psychologen, psychiaters, therapeuten en de sociotherapie werken hierbij nauw samen.
Psychodiagnostiek vormt een belangrijke basis voor de behandeling in FPC Antwerpen en FPC Gent. Door zorgvuldig onderzoek dragen we bij aan de diagnosestelling. Op deze manier krijgen we beter zicht op de psychische kwetsbaarheden en sterktes van de patiënten. Die kennis vormt de basis voor een behandeling op maat. Zo zal de diagnose van een patiënt bijdragen aan het bijsturen van verschillende onderdelen van diens traject:
- Het bepalen van de meest geschikte afdeling om te verblijven in FPC Antwerpen of FPC Gent.
- Nadenken over wat de beste bejegening is voor de patiënt: hoe gaan we best met iemand om.
- Het opstellen van geschikte en realistische behandeldoelen.
- Het aanbieden van de juiste en meest passende therapiemodules.
Door grondig onderzoek en samenwerking tussen verschillende disciplines werken we niet alleen aan herstel en stabiliteit van de patiënt, maar ook aan een veilige terugkeer naar de samenleving.
Basisdiagnostiek
Het team psychodiagnostiek probeert de psychiaters en de multidisciplinaire teams hierin te ondersteunen. Enerzijds door het (mee) uitvoeren van de basisdiagnostiek, anderzijds door het onderzoeken van bijkomende hypotheses.
De basisdiagnostiek bestaat uit twee diagnostische onderzoeken die we afnemen bij elke patiënt die in FPC Antwerpen of FPC Gent verblijft:
- Een intelligentietest: Dit helpt ons om zicht te krijgen op de cognitieve mogelijkheden zoals probleemoplossend denken, geheugen en redeneren.
- Het afnemen van een PCL-r: dit instrument brengt een deel van de persoonlijkheid van een patiënt in kaart. Meer specifiek wordt er gekeken of er psychopate trekken aanwezig zijn zoals impulsiviteit, gebrek aan empathie of een beperkt verantwoordelijkheidsgevoel.
De resultaten van de basisdiagnostiek worden multidisciplinair besproken. Dit overleg is belangrijk in het kader van de diagnosestelling en de bepaling van de verdere behandeling.

Bijkomende diagnostiek
Op basis van eerdere dossiergegevens (bijvoorbeeld eerdere testonderzoeken, medische vaststellingen of eerdere observaties) en/of klinische observaties binnen het behandelcentrum kunnen vragen ontstaan over de diagnose van een patiënt.
Door het formuleren van een specifieke onderzoeksvraag kan bijkomende diagnostiek worden uitgevoerd door de dienst psychodiagnostiek. Dit kan gaan om onderzoeksvragen rond bijvoorbeeld ADHD, autismespectrumstoornis (ASS), depressie, trauma, enzovoort.
In multidisciplinair overleg wordt op basis van de onderzoeksresultaten stilgestaan bij de mogelijke implicaties voor de diagnose, het behandeltraject, de behandeldoelen binnen het forensisch psychiatrisch centrum en de uitstroommogelijkheden.
