Gezamenlijke inspanningen en innovatief beleid voor de behandeling van forensisch psychiatrische patiënten leiden tot goede uitstroomresultaten

9 november 2018

Een innovatief beleid inzake behandelaanbod in combinatie met een vlot toepasbaar doorstroommodel, uitgebreide inspanningen om de uitstroomdrempel te verlagen én betrokkenheid van zowel de overheid als het zorglandschap resulteren in goede uitstroomresultaten. Om voor elke geïnterneerde een passend traject te voorzien is evenwel blijvend engagement noodzakelijk.

FPC Gent en FPC Antwerpen voeren een innovatief beleid inzake behandelaanbod. Dit is gebaseerd op bewezen theoretische modellen.

Volgens het Risk Need Responsivity (RNR) model moet de intensiteit van de behandeling evenredig zijn met het risico op herval. De inhoud van de behandeling moet aansluiten bij wat ten grondslag ligt aan crimineel gedrag en mogelijke recidive. Verder moet de manier van behandelen afgestemd worden op de mogelijkheden van de patiënt, zowel cognitief als op vlak van leerstijl en waarden.

Een tweede model, het Good Lives Model (GLM), hecht belang aan de persoonlijke waarden en voorkeuren van de patiënt en zet die in om zijn welzijn te verhogen door positieve doelen na te streven.

Beide modellen vormen een kader om samen met de patiënt de soort, de intensiteit en de vorm van het behandeltraject te bepalen. Dit vergroot de kans op een succesvolle behandeling, waardoor de kans op recidive zo klein mogelijk wordt.

Voor de behandeling van forensisch psychiatrische patiënten* vertrekken we van de combinatie van stoornis en delict. Op basis van wetenschappelijk onderzoek zijn vijf goed onderscheidbare profielen ontwikkeld voor de populatie binnen de forensische psychiatrie. Op basis van observaties in de klinische praktijk werd een zesde profiel toegevoegd. Per patiëntprofiel is er een specifiek forensisch behandeltraject (zorgpad) uitgetekend dat klinisch eenvoudig toe te passen is voor stafleden, sociaal werkers, psychologen, psychiaters, etc. Dit zorpad wordt op maat van de patiënt opgebouwd en bestaat uit basis modules, waar nodig aangevuld met ondersteunende modules en eventueel modules vanuit een ander zorgpad. Voor de groep patiënten met een verstandelijke beperking werd een apart (zevende) zorgpad ingericht. Deze groep patiënten ontbreekt in het wetenschappelijk onderzoek, doch vraagt een specifieke aanpak.

Daar waar de patiënt vroeger een behandeling kreeg toegewezen, krijgt de patiënt nu inzicht en inspraak in zijn behandeling. Sterker nog: de behandeling wordt door de patiënt en de zorgverlener samen vormgegeven. Het inzichtelijk en bespreekbaar maken van de behandeling vergroot de motivatie van de patiënt om mee te werken; dit is een onmiskenbaar voordeel. De patiënt krijgt zelf impact op zijn traject. Immers doordat hij inzicht heeft en verantwoordelijkheid neemt voor zijn traject, heeft hij zicht op wat er moet gebeuren en wat hij zelf kan doen om zijn (behandel)doel te bereiken.

studie van prof. Dr. Stefan Bogaerts en prof. Dr. Chijs van Niewenhuizen, recent gerepliceerd door Van der Veken, Lucieer en Bogaerts (2016).

De uitdaging voor FPC Antwerpen en FPC Gent was om deze theoretische modellen en de evidence-based behandelprofielen op een toepasbare en dus werkbare manier te implementeren. Het verenigen van deze bouwstenen in het “doorstroommodel” geeft zicht op het behandeltraject van de patiënt, biedt perspectief aan patiënten én is ondersteunend voor de re-integratietrajecten van patiënten. Zo kan de patiënt bv. aan de hand van zijn persoonlijk schema zien welke therapieën hij doorlopen heeft en wat hij nog moet volgen. Belangrijk is dat hij hierover met zijn individuele begeleider en afdelingspsycholoog in gesprek kan gaan, zodat zijn behandeltraject steeds up to date blijft. Dit kadert volledig in de responsabiliserende visie van de behandelcentra.

Verder is er op basis van het doorstroommodel concreet zicht op doorlooptijden. Er wordt een concrete prognose van het re-integratietraject van de patiënt gemaakt wat het mogelijk maakt om tijdig contacten te leggen met geïndiceerde vervolgvoorzieningen. Verder kan er door het gebruik van het model gedetecteerd worden waar er moeilijkheden zijn in de behandeling op individueel vlak. Ook op groepsniveau kunnen knelpunten geobjectiveerd worden en kan data uit het model gebruikt worden om zorgpaden bij te sturen.

Dit in combinatie met de uitgebreide inspanningen van de behandelende teams, de diverse initiatieven op beleidsniveau om de uitstroomdrempel te verlagen én de investeringen van de federale overheid in het uitbouwen van het zorglandschap maakt dat FPC Gent (en straks ook FPC Antwerpen) goede uitstroomresultaten kan neerzetten.

Het waarmaken van de ambitie om alle geïnterneerden een aangepaste behandeling en zorg te bieden binnen een voor hen aangepaste setting, zal blijvend betrokkenheid van de overheid en van de verschillende zorginstellingen vragen. Voor de geïnterneerden met een verstandelijke beperking die moeten opgevangen worden binnen een voorziening van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) bijvoorbeeld is de rol van de overheid cruciaal. Inmiddels werd een aangepaste regeling uitgewerkt door de Vlaamse Overheid en het VAPH. Voor de patiënten van FPC Gent die voor deze regeling in aanmerking komen, blijft het voorlopig afwachten. Er werden een 25- tal patiënten door FPC Gent aangemeld. De concrete mogelijkheden voor opname zijn evenwel nog in bespreking met de voorziening van aanmelding. FPC Gent zal van haar kant in ieder geval actief blijven inzetten op een professionele samenwerking met als doelstelling het realiseren een zorglandschap, waarin de patiënt centraal staat.

Uitstroomresultaten

Op 31 oktober 2018 zijn 131 patiënten uitgestroomd of in initiatieven met het oog op uitstroom ingeschakeld. Een overzicht:

Uitstroom

  • 19 patiënten zijn doorgestroomd naar een algemeen psychiatrisch ziekenhuis;
  • 12 patiënten naar een gespecialiseerd centrum voor seksueel delinquenten (residentieel);
  • 9 patiënten re-integreren binnen een ambulant parcours;
  • 2 patiënten zijn doorgestroomd naar een VAPH-voorziening;
  • 25 patiënten naar een medium security afdeling;
  • 2 naar een woonzorgcentrum /  rust- en verzorgingstehuis;
  • 5 naar een longstay afdeling;
  • 1 patiënt werd definitief in vrijheid gesteld;
  • en 1 patiënt keerde terug naar het land van herkomst.

Initiatieven met het oog op uitstroom

  • 21 patiënten* hebben externe dagactiviteiten onder begeleiding van OBRA | BAKEN;
  • 34 patiënten* hebben extern een dagbesteding of zijn extern aan het werk.

* opstart gepland, dan wel effectief opgestart traject.